Barre het varkentje

Het klassieke verhaal van Barre het varkentje is een (voorlees) verhaaltje voor kleuters en jonge kinderen.

Er was eens een arm oud vrouwtje dat alleen in haar huisje in het bos woonde. Op een dag was ze de vloer aan het vegen en in een kier tussen een paar planken vond ze tien cent.
Wat zal ik daar eens mee doen? dacht ze blij verrast.
Ze stond een tijdje na te denken en toen wist ze het: ik ga een varkentje kopen!
De volgende dag liep ze met haar dubbeltje naar de markt en kocht daar een lief klein biggetje dat ze Barre noemde. Barre had het reuze naar zijn zin bij de oude vrouw en de vrouw vond het reuze gezellig, zo’n klein biggetje in huis.
Barre werd ouder en hij groeide en hij groeide.
Uiteindelijk werd hij zo groot dat hij alles omver liep en nadat hij zelfs de tafel omver had gestoten dacht het vrouwtje: zo gaat dat niet langer. Hier moet ik iets aan doen.
De volgende dag bouwde ze een hokje voor Barre en vroeg ze aan Barre of hij het hokje in wilde gaan.
Maar Barre schudde zijn hoofd en zei : ‘Nee, ik ga het hokje niet in.’
Wat moet ik nu doen, dacht de vrouw en zuchtte diep. Toen kreeg ze een idee en ze liep naar de stok.
‘Stok, wil je Barre slaan? Want Barre wil zijn hokje niet in’, zei ze.
‘Nee’, zei de stok. ‘Dat doe ik niet.’
Toen liep de vrouw naar het vuur en zei: ‘Vuur wil je stok branden? Want de stok wil Barre niet slaan en Barre wil zijn hokje niet in.’
‘Nee’, zei het vuur. ‘Dat doe ik niet.’
Toen ging de vrouw naar het water. ‘Water, wil je het vuur blussen? Want het vuur wil de stok niet branden, de stok wil Barre niet slaan en Barre wil zijn hokje niet in.’
‘Nee’, zei het water. ‘Dat doe ik niet.’
Toen ging de vrouw naar het paard. ‘Paard, wil je het water drinken? Want het water wil het vuur niet blussen, het vuur wil de stok niet branden, de stok wil Barre niet slaan en Barre wil zijn hokje niet in.’
‘Nee’, zei het paard. ‘Dat doe ik niet.’
Toen ging de vrouw naar het touw. ‘Touw, wil je het paard slaan? Want het paard wil het water niet drinken, het water wil het vuur niet blussen, het vuur wil de stok niet branden, de stok wil Barre niet slaan en Barre wil zijn hokje niet in.’
‘Nee’, zei het touw. ‘Dat doe ik niet.’
Toen ging de vrouw naar de muis. ‘Muis, wil je het touw knagen? Want het touw wil het paard niet slaan, het paard wil het water niet drinken, het water wil het vuur niet blussen, het vuur wil de stok niet branden, de stok wil Barre niet slaan en Barre wil zijn hokje niet in.’
‘Nee’, zei de muis. ‘Dat doe ik niet.’
Toen ging de vrouw naar de kat. ‘Kat, wil je de muis eten? Want de muis wil het touw niet knagen, het touw wil het paard niet slaan, het paard wil het water niet drinken, het water wil het vuur niet blussen, het vuur wil de stok niet branden, de stok wil Barre niet slaan en Barre wil nog steeds zijn hokje niet in.’
‘Nee’, zei de kat. ‘Dat doe ik niet.’
‘Ach toe, alsjeblieft?’ zei de vrouw. ‘Dan krijg je vanavond een extra stukje vis.’
De kat dacht even na en zei toen: ‘Ik doe het.’
En de kat at de muis op, de muis knaagde het touw door, het touw sloeg het paard, het paard dronk het water, het water bluste het vuur het vuur brandde de stok, de stok sloeg Barre en eindelijk ging Barre zijn hokje in.

Op dit artikel kan niet (meer) gereageerd worden.